Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.

Inrichting accountantscontrole

Onderdeel van Verordening artikel 213 Gemeentewet

1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. 3.. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek overleg plaats tussen de accountant, raadsleden, rekenkamerleden, de portefeuillehouder financiën en de directie.

Rechtspraak bij dit artikel