In de bodem van het perceel kunnen zaken en/of omstandigheden worden aangetroffen die kunnen worden aangemerkt als archeologische monumenten in de zin van de Monumentenwet.
bij de bebouwing/herontwikkeling van het perceel wezenlijke veranderingen in de bodemgesteldheid plaatsvinden, moet de koper een verkennend bureauonderzoek uit laten voeren naar de archeologische monumenten in het perceel. Over de vraag wanneer sprake van wezenlijke veranderingen in de bodemgesteldheid en aan welke eisen een verkennend bureauonderzoek dient te voldoen dient de koper in overleg met de gemeente te treden.
Wanneer uit het onder lid 1 bedoelde bureauonderzoek volgt, dat het perceel een
potentie heeft, is de koper op basis van de Monumentenwet, het provinciaal beleid en het gemeentelijk beleid verplicht, voor zijn rekening een inventariserend vooronderzoek op het perceel te laten uitvoeren door een gecertificeerd archeologisch bedrijf (booronderzoek met bijbehorend plan van aanpak).
resultaten van dit vooronderzoek kunnen leiden tot verdere verplichtingen op te leggen aan de koper, die deze aanvaardt en zal uitvoeren.
Indien de hoogte van de kosten van de onder lid 2 bedoelde verdere verplichtingen hiertoe voor de koper in redelijkheid aanleiding geven, kan de koper voor de eigendomsoverdracht, de koopovereenkomst ontbinden.
Indien de koper zich beroept op lid 3, zijn de kosten van de uitgevoerde onderzoeken voor rekening van de koper.