**1..** De hoogte van het bedrag als genoemd in artikel 5.3, lid 2 van de verordening bedraagt € 7.500,--.
**2..** Een woonvoorziening in de vorm van een woningaanpassing met uitzondering van een (trap)lift, als bedoeld in artikel 5.3, lid 4 van de Verordening, wordt uitsluitend in de vorm van een financiële tegemoetkoming verstrekt. Bij de vaststelling hiervan wordt rekening gehouden met:
de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening;
de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom, met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in de DNR 2005 (De Nieuwe Regeling 2005), voorzover het college het inschakelen van een architect noodzakelijk acht;
de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
de leges, voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
de prijs van bouwrijpe grond wanneer niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden;
de door het college schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet te voorzien waren;
de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
de administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de persoon met beperkingen, bedragen, voorzover de kosten genoemd onder a. tot en met j. meer dan € 900,-- zijn, 10% van die kosten met een maximum van 340,--.
**3..** De financiële tegemoetkoming als genoemd in lid 2 moet, met inachtneming van een eventueel zelf betaalde eigen aandeel, worden terugbetaald indien de woning binnen tien jaar na gereedmelding van de woonvoorziening wordt verkocht en de hoogte van de financiële tegemoetkoming meer bedraagt dan € 7.500,--.
De hoogte van het terug te betalen bedrag wordt vastgesteld, overeenkomstig onderstaand afschrijvingsschema:
· voor het eerste jaar 100%
· voor het tweede jaar 90%
· voor het derde jaar 80%
· voor het vierde jaar 70%
· voor het vijfde jaar 60%
· voor het zesde jaar 50%
· voor het zevende jaar 40%
· voor het achtste jaar 30%
· voor het negende jaar 20%
· voor het tiende jaar 10%
**4..** Een woonvoorziening van niet-bouwkundige of niet-woontechnische aard:
met een aanschafwaarde tot € 250,-- (inclusief btw) wordt uitsluitend in eigendom verstrekt;
met een aanschafwaarde vanaf € 250,-- (inclusief btw) wordt, met uitzondering van een woonvoorziening gericht op woningsanering, uitsluitend in bruikleen of in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt;
die gericht is op woningsanering wordt uitsluitend in de vorm van een forfaitaire vergoeding verstrekt.
**5..** De hoogte van een woonvoorziening in de vorm van een forfaitaire vergoeding in de kosten van woningsanering is afhankelijk van de leeftijd van de huidige stoffering en bedraagt maximaal voor:
gladde afneembare vloerbedekking voor de woonkamer € 360,--;
gladde afneembare vloerbedekking voor de slaapkamer € 157,50;
rolgordijnen/jaloezieën (105 cm x 130 cm) € 25,--.
**6..** Een woonvoorziening in de vorm van een forfaitaire vergoeding in de verhuis- en herinrichtingskosten, als bedoeld in artikel 5.3, lid 2 van de verordening, bedraagt € 2.269,--.
**7..** Een woonvoorziening in de vorm van een forfaitaire vergoeding in de verhuis- en herinrichtingskosten aan de persoon die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een persoon met beperkingen, een woonruimte ontruimt, bedraagt minimaal € 2.269,--.
**8..** Indien belanghebbende te maken heeft met dubbele woonlasten kan er voor een periode van maximaal zes maanden een woonvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting worden verstrekt in verband met het aanpassen van de huidige woonruimte van belanghebbende of het aanpassen van de door belanghebbende nog te betrekken woonruimte. Het college verleent slechts een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als de aanvrager redelijkerwijs niet kan voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten heeft. De financiële tegemoetkoming is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, met een maximum gelijk aan de maximale huurgrens als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag. Bij niet zelfstandige woonruimte bedraagt de financiële tegemoetkoming de helft van de maximale huurgrens als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag.
**9..** In geval van huurbeëindiging van een woonruimte, die aangepast is voor een bedrag van € 10.000,-- of meer, kan het college voor een periode van maximaal zes maanden een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten. De hoogte van de financiële tegemoetkoming is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, met een maximum gelijk aan de maximale huurgrens als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag.
**10..** Een woonvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie kan worden verstrekt voor: trapliften, rolstoelplateauliften, woonhuisliften, hefplateauliften, balansliften, automatische deuropeners en mechanische inrichting van een in hoogte verstelbare keuken/wastafel.
**11..** Een woonvoorziening in de vorm van het bezoekbaar maken van een woonruimte is niet aan een maximumbedrag gebonden.
Hoofdstuk 4
Artikel 4
Soorten voorzieningen met betrekking tot het wonen in een geschikt huis
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hellendoorn 2013