Algemeen
De kredietovereenkomst wordt aangegaan bij een door alle partijen ondertekende onderhandse of notariële akte. In geval van een hypothecair krediet wordt de overeenkomst in ieder geval in een notariële akte vastgelegd.
De kredietbank verstrekt een door de kredietbank ondertekend afschrift van de kredietovereenkomst aan de kredietnemer.
De kredietbank wint in het belang van de kredietnemer voorafgaande aan de totstandkoming van de kredietovereenkomst informatie in over de financiële positie van de kredietnemer en beoordeelt, ter voorkoming van overkreditering van de kredietnemer en ter bescherming tegen onverantwoorde transactierisico’s, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.
De kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een cliënt, indien dit met het oog op het voorkomen van overkreditering van de cliënt, onverantwoord is.
Hoofdstuk IV › Paragraaf 3
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Vaststelling Bankreglement gemeente Den Haag 2013