Naar hoofdinhoud
Het is niet mogelijk een omgevingsvergunning van rechtswege te laten vervallen. Aangezien de bevoegdheid tot het intrekken van omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een discretionaire betreft, zal bij het intrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen altijd sprake moeten zijn van een belangenafweging. De werkwijze en procedures omtrent het intrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen spitsen zich toe op de gevallen waarin (niet) tijdig is begonnen met de bouw of dat wel is begonnen maar er sprake is van een vertraging gedurende een bepaalde periode (artikel 2.33, lid 2, onder a, van de Wabo). In de onderstaande werkwijze en procedures wordt onderscheid gemaakt tussen nog te vergunnen en reeds vergunde woningbouwontwikkelingen. Bij nog te vergunnen woningbouwontwikkelingen van één of meerdere woningen wordt vergunninghouder in het kader van de vergunningverlening er altijd op gewezen dat als een onherroepelijke omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen na 26 weken niet gebruikt is, het college op basis van artikel 2.33, lid 2, onder a, van de Wabo bevoegd is om de omgevingsvergunning in te trekken. Overeenkomstig artikel 3.15 van de Wabo wordt voor de intrekking van de omgevingsvergunning dezelfde procedure gevolgd als de voorbereidingsprocedure waarmee de vergunning tot stand gekomen is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel