Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2014

1.. Het woord kan niet gevoerd worden over: benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; niet-geagendeerde onderwerpen. 2.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. Indien er meerdere insprekers zijn over hetzelfde onderwerp, kan de voorzitter het aantal insprekers beperken indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. De voorzitter kan een tijdslimiet stellen aan de duur van de inspreekreactie. 3.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 4.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 5.. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Rechtspraak bij dit artikel