Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2014

1.. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. In geval van zwangerschap en bevalling of ziekte kan een commissielid, niet zijnde raadslid, aan de voorzitter van de raad tijdelijk ontslag vragen voor de duur van 16 weken. De voorzitter van de raad kan het ontslag verlenen voor een duur van niet meer en niet minder dan 16 weken. Het is wel mogelijk om langer ontslag te nemen, mar dan steeds voor een nieuwe periode van 16 weken. Binnen één zittingsperiode kan aan een lid hooguit 3 keer tijdelijk ontslag worden verleend. De fractie kan een tijdelijk vervanger voordragen aan het presidium voor benoeming door de raad. De tijdelijk vervanger voldoet aan de eisen genoemd in artikel 4, lid 4. 3.. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4.. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5.. Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6.. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 7.. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel