Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 1

Artikel 24

doorbetaling vaste lasten bij verblijf in een inrichting

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand

1.. Bij opname in een inrichting kan bijstandsverlening voor het doorbetalen van de vaste lasten noodzakelijk zijn voor een: Belanghebbende van 21 jaar of ouder zonder partner waar de noodzaak tot verblijf in een inrichting is vastgesteld en wel vanaf de derde volle maand na opname. Belanghebbende jonger dan 21 jaar zonder partner waar de noodzaak tot verblijf in een inrichting is vastgesteld en wel vanaf einddatum van de algemene bijstand. 2.. Als een partner jonger dan 21 jaar achterblijft en de noodzaak tot verblijf in een inrichting is vastgesteld wordt het inkomen van deze partner met bijzondere bijstand levensonderhoud aangevuld tot de toepasselijke bijstandsnorm en dienen de doorlopende vaste lasten te worden voldaan uit diens inkomen. 3.. Als vooraf duidelijk is dat de opname 1 jaar of langer gaat duren en belanghebbende tussentijds niet naar huis mag, is bijzondere bijstand niet mogelijk. 4.. Bijzondere bijstand is voor de volgende vaste lasten mogelijk: Huur of hypotheek; Vastrecht van energiekosten; Vastrecht van water; Woning gerelateerde verzekeringen.

Rechtspraak bij dit artikel