Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 3

draagkracht

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand

1.. De draagkrachtperiode is gelijk aan het kalenderjaar waarin de kosten zich voordoen. 2.. De draagkracht uit inkomen wordt via een glijdende schaal berekend. 3.. De glijdende schaal wordt toegepast bij individuele bijzondere bijstand voor kosten die niet voor direct levensonderhoud bestemd zijn. 4.. De draagkracht volgens de glijdende schaal is: 0% van het netto meer inkomen dan de bijstandsnorm tot €1000 per jaar plus; 10% van het netto meer inkomen dan de bijstandsnorm tussen € 1000 en € 1500 per jaar plus; 20% van het netto meer inkomen dan de bijstandsnorm tussen € 1500 en €2000 per jaar plus; 30% van het netto meer inkomen dan de bijstandsnorm tussen € 2000 en € 2500 per jaar plus; 100% van het netto meer inkomen dan de bijstandsnorm vanaf € 2500 per jaar. 5.. De draagkracht is 100% van het in aanmerking te nemen inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm bij de kosten voor direct levensonderhoud. 6.. Het vermogen boven de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 WWB wordt gezien als draagkracht. 7.. Het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen wordt bepaald volgens de regels van de WWB. 8.. Indien een aanvrager toegelaten is tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of als een minnelijk schuldhulpverleningstraject loopt wordt de aanvrager niet geacht over draagkracht te beschikken. 9.. Bij incidentele bijzondere bijstand wordt de draagkracht van de gehele periode in één keer verrekend met het uit te behalen bedrag. 10.. Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht evenredig verrekend over de uit te betalen bijstand. 11.. Een vastgestelde draagkracht kan gedurende het jaar gewijzigd worden bij een wijziging in de financiële omstandigheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel