**1..** De draagkrachtperiode is gelijk aan het kalenderjaar waarin de kosten zich voordoen.
**2..** De draagkracht uit inkomen wordt via een glijdende schaal berekend.
**3..** De glijdende schaal wordt toegepast bij individuele bijzondere bijstand voor kosten
die niet voor direct levensonderhoud bestemd zijn.
**4..** De draagkracht volgens de glijdende schaal is:
0% van het netto meer inkomen dan de bijstandsnorm tot €1000 per jaar plus;
10% van het netto meer inkomen dan de bijstandsnorm tussen € 1000 en
€ 1500 per jaar plus;
20% van het netto meer inkomen dan de bijstandsnorm tussen € 1500 en €2000 per jaar plus;
30% van het netto meer inkomen dan de bijstandsnorm tussen € 2000 en
€ 2500 per jaar plus;
100% van het netto meer inkomen dan de bijstandsnorm vanaf € 2500 per jaar.
**5..** De draagkracht is 100% van het in aanmerking te nemen inkomen ter hoogte van de
bijstandsnorm bij de kosten voor direct levensonderhoud.
**6..** Het vermogen boven de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 WWB wordt gezien als draagkracht.
**7..** Het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen wordt bepaald volgens de regels van de WWB.
**8..** Indien een aanvrager toegelaten is tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of als een minnelijk schuldhulpverleningstraject loopt wordt de aanvrager niet geacht over draagkracht te beschikken.
**9..** Bij incidentele bijzondere bijstand wordt de draagkracht van de gehele periode in één
keer verrekend met het uit te behalen bedrag.
**10..** Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht evenredig verrekend over de uit te betalen bijstand.
**11..** Een vastgestelde draagkracht kan gedurende het jaar gewijzigd worden bij een wijziging in de financiële omstandigheden.