Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1

Artikel 23.

Indirecte schoolkosten voor scholieren op voortgezet onderwijs tot 18 jaar

Onderdeel van Beleidsregels Inkomensondersteuning Lansingerland 2014

1.. De bijdrage is gelijk aan de gedeclareerde kosten. 2.. De in artikel 20, eerste lid, genoemde doelgroep kan een bijdrage ontvangen ten behoeve van één of meerdere kinderen die deel uitmaken van het huishouden en een opleiding volgen op het voortgezet onderwijs waarvoor recht op kinderbijslag bestaat. 3.. De totale maximale bijdrage per kalenderjaar voor indirecte schoolkosten voor scholieren tot 18 jaar bedraagt € 350,- per scholier. 4.. Aan scholieren op het voortgezet onderwijs wordt de maximale bijdrage per kalenderjaar voor maatschappelijke participatie en indirecte schoolkosten gezamenlijk gesteld op € 350,-. 5.. Als sprake is van een kind dat slechts een gedeelte van de week in het huishouden aanwezig is (bijvoorbeeld in verband met co-ouderschap), dan wordt de hoogte van de bijdrage afgestemd op het aantal dagen dat het kind gemiddeld in het gezin aanwezig is. 6.. Het recht op de tegemoetkoming eindigt op de eerste dag van de maand waarin het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt. 7.. Onder indirecte schoolkosten worden verstaan: kosten van een schooltas, huur van een schoolkluisje, schoolreisjes, excursies en/of werkweken, gymkleding, sportactiviteiten en een fiets. 8.. Een bijdrage in de kosten van een fiets wordt per kind maximaal eens per drie jaar verstrekt en betreft uitsluitend de vergoeding van een tweedehands fiets tot een maximale aanschafprijs van € 275,-. 9.. De tegemoetkoming voor de in lid 7 genoemde kosten wordt niet verstrekt indien de school ten behoeve van die kosten een voorziening heeft getroffen voor ouders met een laag inkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel