Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Bevoegdheden

Onderdeel van Verordening op de WMO-raad

1. Initiatiefrecht De WMO-raad heeft de bevoegdheid alle aangelegenheden die de uitvoering van de WMO raken, bij de gemeente in het periodiek overleg en/of het structureel overleg aan de orde te stellen. De WMO-raad evalueert het functioneren van de raad 1 keer per jaar. De WMO-raad stelt jaarlijks in overleg met de gemeente, op basis van de gemeentelijke jaarplanning met betrekking tot de WMO-besluitvorming een activiteitenplan op. De WMO-raad ontvangt voor haar activiteiten een door de gemeente vastgesteld activiteitenbudget. De WMO-raad heeft de bevoegdheid om voor een goede invulling van zijn taakstelling in voorkomende gevallen gebruik te maken van in- en externe deskundigheid. 2. Informatierecht De WMO-raad wordt geïnformeerd over de resultaten van klanttevredenheidsonderzoeken, enquêtes en klachtenreportages. De WMO-raad krijgt spontaan en op verzoek tijdig alle informatie die hij voor de uitoefening van zijn taken, zoals in deze verordening omschreven, nodig heeft, tenzij enig wettelijk voorschrift de verstrekking daarvan in de weg staat. Zonodig wordt door de gemeente mondelinge toelichting gegeven over lopend beleid, de invloed van (nieuw) rijksbeleid of over ideeën en plannen van college en/of gemeenteraad op het WMO-beleidsterrein. 3. Adviesrecht De WMO-raad heeft adviesrecht in de beleidsfases beleidsinitiëring en -voorbereiding, vaststellen verordeningen, beleidsuitvoering en ontwerpen beleidsplan. Het college stelt de WMO-raad op een zodanig tijdstip in de gelegenheid advies uit te brengen dat er een daadwerkelijke invloed mogelijk is op de besluitvorming. Het advies wordt binnen zes weken schriftelijk aan de gemeente uitgebracht. Het college geeft binnen zes weken een schriftelijke reactie op een uitgebracht advies indien zij van dat advies wil afwijken. In deze reactie worden de gronden voor het afwijkende standpunt opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel