Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Doelgroep

Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag 2009

1.. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 36 van de wet en met inachtneming van de bepalingen in deze verordening wordt een langdurigheidstoeslag op aanvraag verleend aan een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, die langdurig een laag inkomen, geen in aanmerking te nemen vermogen en geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. 2.. Geen recht op een langdurigheidstoeslag hebben personen die op de peildatum of in de referteperiode: een uitkering op grond van de Wet op de Studiefinanciering of de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten hebben of hebben genoten; zich onvoldoende hebben ingespannen, naar het oordeel van het college, om hun inkomen te vermeerderen. 3.. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel