1.
Aan de ambtenaar worden de kosten in verband met een dienstreis vergoed, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.
2.
De vergoeding wordt op basis van overlegde betaalbewijzen verleend voor:
•
kosten van openbaar vervoer;
•
tol-, veer- en parkeergelden;
•
kosten van verblijf.
3.
In het algemeen worden de kosten van vervoer vergoed op basis van openbaar vervoer en in gevallen waarin dit niet mogelijk is, conform het Reisbesluit binnenland.
4.
De ambtenaar mag van de reismogelijkheden in de tweede klasse gebruik maken.
5.
Tot de kosten van vervoer worden ook gerekend noodzakelijke kosten van (trein)taxi.
6.
Als de dienstreis volgens een schriftelijke verklaring van de leidinggevende niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, mag de ambtenaar voor de dienstreis gebruik maken van een eigen motorvoertuig. Hij moet daarbij zelf zorg dragen voor een voldoende deugdelijke verzekering van het motorvoertuig en de inzittenden daarvan. De kosten worden vergoed conform het Reisbesluit binnenland.
7.
Vergoeding van verblijfkosten kan worden verstrekt voor de kosten van:
a.
een ontbijt, als de tijd tussen 6.00 uur en 8.00 uur in zijn geheel in de reistijd is begrepen;
b.
een lunch, als de tijd tussen 12.00 uur en 14.00 uur in zijn geheel in de reistijd is begrepen;
c.
een diner, als de tijd tussen 18.00 en 20.00 uur in zijn geheel in reistijd is begrepen;
d.
logies.
8.
Geen aanspraak op vergoeding van verblijfkosten bestaat bij dienstreizen korter dan vier uur.
9.
De vergoeding van verblijfkosten is niet hoger dan de in het Reisbesluit binnenland genoemde maximumbedragen.
Hoofdstuk 5
Artikel 32
Vergoeding dienstreizen
Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Overbetuwe 2014