**1..** De onderzoekscommissie beraadslaagt op de door haar te bepalen dagen en
in bijzondere gevallen, indien één lid van de commissie, onder opgaaf
van redenen, dat nodig acht.
**2..** De onderzoekscommissie beraadslaagt achter gesloten deuren.
**3..** De voorzitter roept de leden schriftelijk of per e-mail in vergadering
bijeen onder opgaaf van de punten die behandeld zullen worden en zorgt
dat stukken die op de agenda betrekking hebben tijdig aan de leden
worden toegezonden of tijdig voor de leden ter inzage worden
gelegd.
**4..** In spoedeisende gevallen kan de voorzitter van het bepaalde in de vorige
leden afwijken.
**5..** De commissiegriffier maakt een beknopt verslag van de vergadering, dat
de onderzoekscommissie in de eerstvolgende vergadering ter vaststelling
wordt aangeboden.
**6..** De onderzoekscommissie kan, met in achtneming van het bepaalde in
artikel 2 lid 5, bepalen dat uit een beraadslaging geen mededelingen
mogen worden gedaan, totdat de onderzoekscommissie een rapport aan de
raad presenteert.
**7..** De onderzoekscommissie kan in een besloten vergadering, op grond van een
belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur,
omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent
de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overgelegd,
geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten
vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De
geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en
allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht
genomen totdat de commissie haar opheft dan wel totdat de door de
commissie ingestelde periode van geheimhouding is geëindigd.