Conform de Woningwet/bouwverordening of - na in werking treding - de Wabo, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om een verleende bouw- of sloopvergunning in te trekken als er niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de verkregen vergunning een begin is gemaakt met het bouwen of het slopen;
Enkel indien zich urgente en zwaarwegende planologische belangen voordoen zal van deze bevoegdheid na 26 weken actief gebruik worden gemaakt. Doen zich geen urgente en zwaarwegende planologische belangen voor dan zal na 3 jaar na het onherroepelijk worden van de verleende vergunning gebruik worden gemaakt van deze bevoegdheid;
Onder ‘urgente en zwaarwegende planologische belangen’ wordt in dit kader een situatie verstaan waarbij voor het gebied waarbinnen het vergunde object is gesitueerd een bestemmingsplan in voorbereiding is en het vergunde object het toekomstig planologisch kader frustreert. Hierbij moet ten minste sprake zijn van een ontwerpbestemmingsplan welke op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening ter inzage is gelegd en is gepubliceerd;
Aan elke vergunninghouder waarvan geconstateerd is dat niet tijdig na het onherroepelijk worden van een verleende bouw- of sloopvergunning is begonnen met het bouwen of slopen, zal een voornemen tot intrekking van de verleende bouw- of sloopvergunning worden bekend gemaakt conform artikel 6 van deze beleidsregels;
In het geval er een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen met het bouwen of slopen een begin moet zijn gemaakt;
De termijn bedoeld onder e wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald, maar zal nooit meer bedragen dan 4 jaar na het onherroepelijk worden van de verleende bouwvergunning.
Artikel 2
Intrekkingsregeling bij uitblijven aanvang bouwen of slopen
Onderdeel van Beleidsregels intrekken bouw -en sloopvergunningen