Deze verordening verstaat onder:

  • - de wet: Archiefwet 1995;
  • - besluit: Archiefbesluit 1995;
  • - archiefregeling: Archiefregeling, zoals gepubliceerd in deStaatscourant van 6 januari 2010, nr. 70 en van 17 december 2012, nr. 26238;
  • - archiefbescheiden: de in de Archiefwet in artikel 1, onder c, bedoelde archiefbescheiden;
  • - gemeentelijke organen: de overheidsorganen, bedoeld in artikel 1, sub b, van de wet, voorzover behorende tot de gemeente, alsmede andere beheerseenheden
  • - zorg: de algemene bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering vande Archiefwet 1995;
  • - beheer: de ambtelijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering vanwerkzaamheden om archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren;
  • - de archiefbewaarplaats: de overeenkomstig artikel 31 van de wet aangewezen bewaarplaats;
  • - archiefruimte: een ruimte bestemd voor de bewaring van archiefbescheiden voor

    zover niet overgebracht naar de archiefbewaarplaats;

  • - de archivaris: de overeenkomstig artikel 32 van de wet benoemde

    gemeentearchivaris;

  • - beheerder: het hoofd van een beheerseenheid;
  • - beheerseenheid: een door burgemeester en wethouders als zodanig aan te wijzen organisatieonderdeel, alsmede de griffie, adviesraden, commissies en organen (mede) ingesteld door de gemeente (“verbonden partijen”);
  • - informatiesysteem: systeem van documentatie, procedures, apparatuur enprogrammatuur, met behulp waarvan informatie kan worden vervaardigd, bewerkt, verzonden, ontvangen en geraadpleegd;
  • - informatiehuishouding: het geheel aan maatregelen om de informatie in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren gedurende de wettelijk bepaalde termijn;
  • - e-depot: het geheel van organisatie, beleid, processen en procedures, financieel beheer, personeel, databeheer, databeveiliging en aanwezige hard- en software, dat het duurzaam beheren van digitale archiefbescheiden mogelijk maakt.