Naar hoofdinhoud
besluitvorming oplegging huisverbod De burgemeester besluit tot het opleggen van een huisverbod, na hieromtrent advies te hebben ontvangen van de hulpofficier. Aan het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid gaat het volgende vooraf: een objectieve inschatting van het gevaar, c.q. het vermoeden als bedoeld in artikel 2 lid 1 van de Wet door de hulpofficier, aan de hand van het RiHG en met inachtneming van het bepaalde in het Besluit tijdelijk huisverbod; zonodig, naar het oordeel van de burgemeester, een overleg met de hulpofficier waarbij deze de burgemeester informeert omtrent: alle relevante feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de inschatting als bedoeld in dit lid onder a en het advies bedoeld in lid 1; de zienswijze van betrokkenen op het voornemen om een huisverbod op te leggen; indien geadviseerd wordt het huisverbod op te leggen wegens kindermishandeling omvat het overleg als bedoeld in dit lid onder b. mede het resultaat van het overleg van de hulpofficier met Bureau Jeugdzorg. Het proces van advisering door de hulpofficier en de besluitvorming door de burgemeester is gedigitaliseerd met gebruik van het systeem Huisverbod Online.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel