Naar hoofdinhoud
1.. Met inachtneming van artikel 3.9, vierde lid Wet BRP kunnen, in andere gevallen dan bedoeld in artikel 3.3 en 3.6 Wet BRP, aan in bijlage 4 vermelde instanties de gegevens, zoals vermeldt in artikel 3.9 lid 4 van de Wet BRP, op verzoek aan de in bijlage 4 vermelde instanties worden verstrekt voorzover de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad. 2.. De verstrekking vindt niet eerder plaats dan nadat de identiteit van de verzoeker eenduidig is vastgesteld, evenals het grondslag van het verzoek. 3.. De beheerder kan van de verzoeker verlangen dat deze zich in persoon bij hem vervoegt, ter vaststelling van de identiteit van de verzoeker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel