De inkomensgrens waarboven het collectief vraagafhankelijk vervoer, een auto of met een auto vergelijkbare voorzieningen en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet voor verstrekking of vergoeding in aanmerking komen, zoals genoemd in artikel 23 van de Verordening, bedraagt voor:
gehuwd of samenwonend jonger dan 65 jaar € 1.855,29 per maand (1,5x norminkomen)
gehuwd of samenwonend 65 jaar en ouder € 1.942,65 per maand (1,5x norminkomen)
alleenstaand jonger dan 65 jaar € 1.298,70 per maand (1,5x norminkomen)
alleenstaand ouder dan 65 jaar € 1.417,29 per maand (1,5x norminkomen)
2,3en 4 , of bruikleenauto
Hoofdstuk 6.
Artikel 21.
Artikel 21.
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning