Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Toekennen verlof

Onderdeel van Verlofregeling BAR-organisatie

Lid 1 Een medewerker met een volledige betrekking heeft overeenkomstig artikel 6:2 CAR/UWO 158,4 uren basisverlof per kalenderjaar. Het aantal verlofuren van een medewerker die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur, wordt naar evenredigheid verminderd. Lid 2 Het basisverlof wordt, in afwijking van artikel 6:2:1, vierde lid CAR/UWO, verhoogd met één uur extra verlof per “week beschikbaarheidsdienst”. Lid 3 Het basisverlof wordt verhoogd met 14,4 uur per jaar ten aanzien van degene die regelmatig en in belangrijke mate volgens een rooster op onregelmatige uren werkt. Voor deeltijdmedewerkers geldt het aantal uren naar evenredigheid. Lid 5 Er worden geen lokale feestdagen aangewezen. Ter compensatie wordt aan de medewerker 12,4 uur extra verlof per jaar toegekend. Voor deeltijdmedewerkers geldt het aantal uren naar evenredigheid. Lid 6 Om de medewerkers vitaal, actief en gemotiveerd aan het werk te houden krijgt een medewerker die gedurende het kalenderjaar: tussen 45 en 49 jaar oud is 14,4 uur extra verlofuren per jaar; tussen 50 en 54 jaar oud is 28,8 uur extra verlofuren per jaar; tussen 55 en 59 jaar oud is 43,2 uur extra verlofuren per jaar; en die in het kalenderjaar 60 jaar of ouder is 100,8 uur extra verlofuren per jaar. Voor deeltijdmedewerkers geldt het aantal uren naar evenredigheid. Lid 7 Een medewerker die gedurende het kalenderjaar wordt aangesteld of ontslagen heeft recht op verlof naar rato van de tijd dat hij zijn betrekking vervult, overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:2:3, eerste lid CAR/UWO.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel