Lid 1
De afstand van de dienstreis is de afstand via de snelste route volgens de ANWB-routeplanner.
Lid 2
De standplaats wordt als begin- en eindpunt van de dienstreis aangemerkt.
Lid 3
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan het woonadres van de medewerker of een andere plaats als beginpunt respectievelijk eindpunt van de dienstreis worden aangemerkt, tenzij op de heenreis en/of de terugreis de standplaats wordt bezocht.