Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Verantwoording

Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning

1.. Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning als bedoeld in artikel 5 eerste en tweede lid onder overlegging van een verslag. 2.. De raad stelt de bedragen vast van: de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn; de wijziging van de reserve; de resterende reserve; de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten. 3.. Het presidium adviseert de raad over de vaststelling als bedoeld in het tweede lid. 4.. Elke fractie legt, uiterlijk vier maanden voor het eind van de raadsperiode of zoveel eerder als de fractie ophoudt te bestaan, verantwoording af over de besteding van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5, derde lid. 5.. De raad stelt de definitieve hoogte van de tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 5 derde lid vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel