1.
De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte
verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van
gebouwen, waar voorstellingen, uitvoeringen of
evenementen van culturele aard plaatsvinden, en waar
uitsluitend of hoofdzakelijk goederen die
rechtstreeks verband houden met aldaar te houden
voorstellingen, uitvoeringen en evenementen plegen
te worden verkocht, vanaf een uur voor de aanvang
van de voorstelling, de uitvoering of het evenement
tot een uur na afloop daarvan.
2.
De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte
verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van
het ter gelegenheid van voorstellingen, uitvoeringen
of evenementen van culturele aard te koop aanbieden
en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband
houden met die voorstellingen, uitvoeringen of
evenementen, vanaf een uur voor de aanvang van de
voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een
uur na afloop daarvan.