1.
De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte
verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag en de feestdagen, gelden gedurende de Ramadan
vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang
niet ten aanzien van winkels, waar brood en gebak
wordt verkocht dat in het bijzonder is bestemd voor
hen die zich aan de Ramadan houden, mits in die
winkel dat brood en gebak ook pleegt te worden
verkocht buiten de periode van de Ramadan.
2.
De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte
verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag en de feestdagen, gelden gedurende de Ramadan
vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang
niet ten aanzien van het te koop aanbieden en
verkopen van brood en gebak dat in het bijzonder is
bestemd voor hen die zich aan de Ramadan
houden.