1.Bij de beoordeling van de ondersteuningsbehoefte wordt rekening gehouden met de eigen kracht van de burger, huisgenoten en de sociale omgeving, de mogelijkheid om gebruik te maken van de algemeen toegankelijke voorziening voor zorg-, gemaks- en welzijnsdiensten en voorliggende voorzieningen zoals een boodschappenservice, maaltijdvoorziening of mogelijkheden van kinderopvang. Pas als blijkt dat dit onvoldoende compensatie biedt bij het voeren van een huishouden, wordt gekeken naar voorzieningen die (aanvullend hierop) de burger in staat stellen een huishouden te voeren.
2.Een persoon met een (tijdelijke) beperking die zelf in staat is zijn regie te voeren over het huishouden kan in aanmerking komen voor een voorziening als bedoeld in artikel 3.1 onderdeel a.
3.Een persoon met een beperking voor wie de voorziening als bedoeld in artikel 3.1 onderdeel a niet toereikend is kan in aanmerking komen voor een voorziening als bedoeld in artikel 3.1 onderdeel b.
4.Bij de bepaling van de omvang van hulp bij het huishouden is het protocol gebruikelijke zorg van toepassing.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.2
Recht op hulp bij het huishouden
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Albrandswaard 2014