Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
op grond van (zo later is gebleken) onjuiste gegevens, schuldhulpverlening aan belanghebbende is toegekend terwijl, indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
de schuldenaar zich, naar het oordeel van het college, ten opzichte van de medewerkers belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject misdraagt;
de schuldenaar zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen;
het minnelijk traject tot schuldregelen niet is geslaagd, omdat één of meerdere schuldeisers geen medewerking verlenen en de Wsnp geen mogelijkheid is;
er een Wsnp-verklaring is afgegeven;
de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen, dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden dienstverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is;
de schuldenaar zelf verzocht heeft om het traject schuldhulpverlening te beëindigen;
de schuldenaar is komen te overlijden;
de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 9.
Beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels inzake het toegang verlenen tot de integrale schuldhulpverlening gemeente Aalten