Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 15

Termijnen graven

Onderdeel van Beheersverordening 2014 gemeentelijke begraafplaats Woudenberg

1.. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien, twintig of vijftig jaar recht op een particulier graf, particulier urnengraf, particuliere urnennis of particuliere gedenkplaats. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. 2.. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaar, mits de aanvraag niet eerder dan twee jaar, maar uiterlijk een half jaar voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. De verlenging kan door het college niet worden geweigerd. 3.. Bestaande graven met een uitsluitend recht die voorheen zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd, blijven bestaan tot het moment dat de begraafplaats wordt opgeheven. 4.. Voor algemene graven wordt een gebruiksrecht verleend voor een termijn van tien jaren. De termijn begint te lopen op de datum waarop de laatste bijzetting in een algemeen graf heeft plaatsgevonden. Deze termijn kan niet worden verlengd. De overblijfselen kunnen echter na afloop van de termijn, op verzoek van de gebruiker of andere belanghebbenden, in een particulier graf of, na crematie, in een particulier urnengraf worden herbegraven. De asbus kan ook worden bijgezet in een particuliere urnennis of worden uitgestrooid op het algemene strooiveld.

Rechtspraak bij dit artikel