1. a. Het plaatsen van een woonwagen op een standplaats dient te geschieden
overeenkomstig de aanwijzingen van burgemeester en wethouders of de door hen
aangewezen beheerder.
b. De vergunninghouder is verplicht onmiddellijk bij aankomst op het
centrum, alvorens een standplaats in te nemen, zich in verbinding te stellen
met de beheerder, de vergunning aan de beheerder op diens verzoek ter’ hand
te stellen en hem alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor het
bijhouden van de administratie van het centrum.
c. De vergunninghouder is verplicht, alvorens een standplaats in te nemen,
deze met de beheerder te inspecteren en de door de beheerder op te stellen
lijst, betreffende oa. de onderhoudstoestand van de standplaats, de
bergplaats e..d., de standen van de meters van de nutsvoorzieningen per
standplaats dan wel andere meters van de nutsvoorzieningen, voor akkoord te
tekenen.
d. Na de inspectie van de standplaats als bedoeld onder c. van dit artikel
neemt de vergunninghouder de sleutel van het toilet en de bergplaats in
ontvangst van de beheerder. De sleutels worden de vergunninghouder in
bruikleen gegeven voor de periode dat hij een standplaats inneemt. Voor zijn
vertrek van het centrum is de vergunninghouder verplicht de sleutels in
goede staat in te leveren bij de beheerder.
e. De vergunninghouder dient zelf’ zorg te dragen voor een deugdelijke
aansluiting van de woonwagen op de water—, gas— en electriciteits— toevoer.
De daaraan verbonden kosten zijn voor rekening van de vergunninghouder. De
aansluiting dient te geschieden volgens de terzake geldende voorschriften.
2. De bewoner is verplicht op aanwijzing van burgemeester en wethouders of
de door hen aangewezen beheerder van standplaats te veranderen.
3. De bewoner, die voornemens is met een woonwagen van het centrum te
vertrekken, is verplicht hiervan tenminste 24 uur voor het tijdstip van
vertrek aan de beheerder kennis te geven.
Artikel 3
Innemen en verlaten van een standplaats
Onderdeel van Verordening Woonwagencentrum Wijk bij Duurstede 1984