Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Rijden in het voetgangersgebied

In deze beleidsregels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1.voetgangersgebied De zone in het centrum van Heerlen aangegeven met borden G7 van het RVV 1990 (voetgangersgebied), welke ligt binnen het gebied dat wordt begrensd door de Geerstraat, Kruistraat, Coriovallumstraat, Raadhuisplein, Dr. Poelstraat, Putgraaf, Groene Boord, Spoorsingel, Looierstraat en Schakelweg, de zone in het centrum van Heerlerheide aangegeven met borden G7 van het RVV 1990 (voetgangersgebied), welke zone bestaat uit de straten Wannerstraat en Corneliusplein én de zone in Hoensbroek aangegeven met borden G7 van het RVV 1990 (voetgangersgebied) welke bestaat uit de Kouvenderstraat gelegen tussen het Gebrookerplein en de Christiaan Quickstraat en de Mgr. Lebouillestraat (deels). 2.RVV 1990 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 3.ontheffing Een in de zin van artikel 87 RVV 1990 door het college van burgemeester en wethouders te verlenen ontheffing, krachtens welke het is toegestaan om met een motorvoertuig het voetgangersgebied of een gedeelte daarvan te berijden; 4.motorvoertuig Hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; 5.ontheffinghouder De natuurlijke of rechtspersoon aan wie ontheffing is verleend; 6.winkelsluitingstijd De op dit moment toegepaste en gangbare winkelsluitingstijden in Heerlen, namelijk maandag t/m woensdag en vrijdag 18.00 uur; donderdag 21.00 uur én zaterdag en zondag 17.00 uur; 7.parkeren Het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uit laten stappen van personen of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; 8.laden en lossen Het onmiddellijk, nadat het motorvoertuig dichtbij de bezorgplaats of ophaalplaats tot stilstand is gebracht, bij voortduring in- en uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht (bevoorrading) die bezwaarlijk anders dan per motorvoertuig kunnen worden vervoerd, gedurende de tijd die daarvoor nodig is met een maximum van een half uur. 9.voertuighouder Degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande, dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens, als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van de aanvraag in het register was ingeschreven, dan wel degene die met schriftelijke bewijsstukken kan aantonen dat het motorvoertuig op het moment van de aanvraag nog voor tenminste drie maanden aan hem ter beschikking is gesteld door een instantie die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken; 10.onderneming/instelling Een organisatorisch zelfstandige eenheid die gericht is op de productie of de afzet van goederen of de verlening van diensten; 11.bewoner Degene die volgens de in de gemeentelijke basisadministratie beschikbare persoonsgegevens woonachtig is in het voetgangersgebied; 12.parkeergelegenheid op eigen terrein Een parkeergelegenheid, gelegen in het voetgangersgebied, die ter beschikking staat aan de aanvrager van de ontheffing krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of een persoonlijk recht; 13.tijdelijke ontheffing Een ontheffing voor de periode van maximaal vijf achtereenvolgende werkdagen (of in art. 10 anders aangegeven), voor noodzakelijke ritten die verband houden met verhuis-, installatie-, (ver)bouw-, sloop- en onderhoudswerkzaamheden of kermisactiviteiten of voor evenementen; 14.vaste ontheffing Ontheffing met een geldigheidsduur van één kalenderjaar, welke jaarlijks automatisch wordt vermeld mits aan de voorwaarden wordt voldaan; 15.werkdag Maandag tot en met zaterdag; 16.expeditietijden Tijden gedurende welke het voetgangersgebied toegankelijk is voor gemotoriseerd verkeer, te weten: op maandag tot en met zondag van 07.30 uur tot 12.00 uur. 17. tijdsvenster De periode waarin de verleende ontheffing van toepassing is. 18.calamiteit Een (natuur)ramp of niet verwachte gebeurtenis die ernstige schade kan veroorzaken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel