**1..** In aanvulling op artikel 14, lid 1, onderdeel c, sub 4 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 worden de inkomsten, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel f, van de Wet werk en bijstand, niet tot het inkomen gerekend.
**2..** Voor de berekening van de inkomsten als bedoeld in artikel 14, lid 1, aanhef en onder a. van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, van een natuurlijk persoon, die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, wordt uitgegaan van de meest recente (voorlopige) aanslag Inkomstenbelasting. Deze inkomsten worden vervolgens vastgestel op de inkomsten uit tegenwoordige diensbetrekking, vermeerderd met de belastbare winst uit onderneming (ook als deze negatief is), vermeerderd met het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden, vermeerderd met de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen, vermeerderd met de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen (lijfrenten e.d.), verminderd met de ingehouden loonheffing, zoals aangegeven op deze (voorlopige) aanslag.