Naar hoofdinhoud
Lid 1 De commissie bestaat uit 3 leden, onder wie de onafhankelijk voorzitter. Het college benoemt: één lid en plaatsvervangend lid op voordracht van de werknemersvertegenwoordiging; één lid en plaatsvervangend lid op voordracht van de werkgever; ·een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, die geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het beslissend orgaan. Lid 2 De benoeming van een lid en een plaatsvervangend lid geschiedt voor een periode van drie jaar. Lid 3 Een lid en een plaatsvervangend lid zijn terstond benoembaar. Lid 4 Het college kan ten behoeve van de leden van de commissie een vacatiegeldregeling vaststellen. Lid 5 Het lidmaatschap c.q. het plaatsvervangend lidmaatschap van de commissie eindigt door: A.overlijden; B.periodiek aftreden; C.schriftelijk bedanken; D.onder curatelenstelling of faillissement; E.ontslag door het college. Lid 6 Bij ontslag c.q. aftreden van de leden van de commissie blijven de plaatsvervangende leden hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Lid 5 Artikel 12 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de leden van de commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel