Naar hoofdinhoud
Lid 1 De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de medewerker(s) en een vertegenwoordiger van het verwerende orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. Lid 2 De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de medewerker en het verwerend orgaan medegedeeld. Lid 3 De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste en tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel