Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Opdracht college

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2013

Het college heeft de verantwoordelijkheid in het kader van de wet om: een stelsel van voorzieningen te creëren of het ontstaan daarvan te bevorderen waarbij mensen met beperkingen zo adequaat mogelijk worden gecompenseerd in hun beperkingen. Deze voorzieningen zijn mede gericht op het faciliteren en stimuleren van de cliënt om de beperkinngen op te heffen, te verminderen of te stabiliseren. Daarbij staan het behoud van de eigen gezondheid, regie, zelfredzaamheid en zelfoplossend vermogen voorop maar worden ook de doelmatigheid en kostenbeheersing van die voorzieningen in aanmerking genomen; mantelzorgondersteuning te bieden, waaronder het verstrekken van informatie, het geven van advies en begeleiding, educatie, hulp bij het zoeken naar en het inzetten van voorliggende voorzieningen waaronder respijtzorg; ketenpartners te ondersteunen in en te stimuleren tot een proces van doorlopende verbetering met betrekking tot ingezette of nieuwe voorzieningen; kwaliteitseisen te stellen aan de maatschappelijke ondersteuning en de daarin werkzame beroepskrachten; kwaliteitseisen te stellen aan de aanbieders op het gebied van klachtrecht (van de cliënt), en medezeggenschap en het toezicht en handhaving daarop te regelen, eisen vast te stellen inzake het melden van calamiteiten en geweld bij de verlening van maatschappelijke ondersteuning en daartoe een instantie aan te wijzen; te streven naar een duurzame ontwikkeling op het gebied van maatschappelijke ondersteuning; De maatregelen die kunnen worden getroffen om de in lid 1 vastgestelde verantwoordelijkheid te verwezenlijken, omvatten onder meer de volgende activiteiten: overleg met ketenpartners en overige van belang zijnde partijen om creativiteit en innovatievermogen te vergroten, samenwerking te bevorderen en tot passende oplossingen te komen; het subsidiëren, inkopen of stimuleren van voorliggende en/of collectieve voorzieningen, waaronder ook wordt verstaan het stimuleren en effectief ondersteunen van burgers om initiatieven op te zetten; het organiseren en het kenbaar maken van een klachtensysteem en meldpunten voor geweld, misbruik en overige calamiteiten; dienstverlening bij voorkeur inkopen bij die organisaties die actief streven om de beste organisatie in hun branche te worden en daarbij zichtbare resultaten kunnen tonen; opleggen van milieu~ en sociale criteria alsmede de eisen genoemd onder lid 1, onder d en e bij inkoopprocessen of subsidiëring; aanbieders en leveranciers van hulpmiddelen in overeenkomsten verplichtingen of eisen op te leggen, genoemd onder lid 1, d en f, op voor hen geldende gebieden overeenkomstig hetgeen in de desbetreffende branche algemeen van toepassing is of wettelijk is voorgeschreven; het ontwikkelen en toepassen van prestatie-indicatoren bij de inkoop of subsidiëring van maatschappelijke ondersteuning; het toepassen van financiële prikkels bij de inkoop of subsidiëring van maatschappelijke ondersteuning; het voeren van informatie- en promotiecampagnes om de belangrijkste boodschappen te verspreiden; het uitvoeren van marktonderzoeken om problemen en behoeften in kaart te brengen; inventariseren van voorbeelden van goede praktijken en verspreiding van informatie over de gevonden oplossingen en de werkzaamheid daarvan; betrokkenen stimuleren om de eigen gezondheid, zelfredzaamheid en kwaliteit van leven te bevorderen. Het college rapporteert over bovengenoemde onderwerpen aan de gemeenteraad, samen met de op te stellen prestatiegegevens zoals genoemd in artikel 9 van de wet. Het college bevordert bij de uitvoering van deze verordening de samenwerking met in de keten werkende organisaties en bevordert daarbij het benoemen van een coördinator die verantwoordelijk is voor de organisatie van de samenwerking.

Rechtspraak bij dit artikel