1.Aan een eigenaar/bewoner van een woning als bedoeld in Artikel 4 lid 2, kan een lening worden toegekend voor het treffen van energiebesparende maatregelen aan een woning, maatregelen ter verduurzaming en verbetering van een woning en/of maatregelen om een woning levensloopbestendig te maken.
2. Bij de uitvoering van de genoemde werkzaamheden dient zoveel als mogelijk gebruik te worden gemaakt van duurzaam geproduceerde bouwmaterialen.
3. Energiebesparing: De kosten van aannemers, erkende installateurs en leveranciers betreffende de volgende energiebesparende maatregelen komen in aanmerking voor financiering met een lening als bedoeld in deze verordening:
isolatie;
grijswatercircuit;
cv-ketel;
zonne-energie;
warmtepomp;
warmteterugwinning;
warmtekrachtkoppeling;
opmaak energielabel (EPC) met maatwerkadvies (EPA).
4. De maatregelen genoemd in lid 3, onder a tot en met h, worden nader gespecificeerd in Bijlage I.
5. Voor de kosten van de in lid 3, onder a tot en met h, genoemde maatregelen geldt dat zij enkel in aanmerking worden genomen ingeval zij - na realisatie - op zich dan wel gezamenlijk leiden tot verbetering van het energielabel met ten minste één klasse. De verbetering van het energielabel dient aangetoond te worden door een erkende EPA-adviseur (Energie Prestatie Advies).
6. Verduurzaming van de woning: De kosten van aannemers, erkende installateurs en leveranciers betreffende de volgende voorzieningen ter verduurzaming en verbetering van de woning komen in aanmerking voor financiering met een lening als bedoeld in deze verordening:
het treffen van voorzieningen tot opheffen van gebreken aan het casco van de woning. Onder het casco van de woning wordt verstaan:
de funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metsel- en voegwerk, vloeren, buitengevels inclusief kozijnen met ramen en deuren, balkconstructies, daken inclusief bedekking en randafwerking, evenals alle lood- en zinkwerken, gootconstructies, dakkapellen, dakramen, schoorstenen, rookgasafvoeren en ventilatiekanalen;
de technische installaties, met daarbij behorende leidingen voor gas, water en elektriciteitsvoorziening en de afvoer van afval- en hemelwater met de riolering.
onder het treffen van voorzieningen tot het opheffen van gebreken wordt verstaan:
het verbeteren van een fundering,
het herstel van de gevels en dragende muren,
het herstel van vloerconstructies.
het herstel van kapconstructies, waaronder wordt verstaan het repareren of het vernieuwen van de kapconstructie, zoals gordingen, muurplaten en spant(en);
verwijderen asbest en/of loden leidingen
Dit alles uitsluitend in eerste aanleg.
7. De maatregelen genoemd in lid 6. sub b, worden nader gespecificeerd Bijlage II.
8. Maatregelen om een woning levensloopbestendig te maken: De kosten van aannemers, erkende installateurs en leveranciers betreffende de volgende voorzieningen strekkende tot het bevorderen van de levensloopbestendigheid van de woning, komen in aanmerking voor financiering met een lening als bedoeld in deze verordening:
onder de voorzieningen tot bevordering van de levensloopbestendigheid van woningen worden die basiseisen bedoeld als genoemd in het Handboek Woonkeur in het Basispakket deel C voor woningen.
de onder a genoemde basiseisen zijn:
de hoofdkenmerken van het casco maken, ook in de toekomst, de woning bruikbaar en toegankelijk. Alle reëel bereikbare deuren en ramen die toegang geven tot de woning zijn voldoende inbraakwerend, zonder de gebruiksvriendelijkheid te schaden;
de entree van een woning moet toegankelijk zijn, sociaal veilig en inbraakwerend;
de verkeersruimten in een woning zijn toegankelijk en bruikbaar, ook voor minder validen;
hoogteverschillen in de woning moeten door de bewoners veilig en met een beperkte inspanning kunnen worden overbrugd (bijvoorbeeld drempelloos). Trappen moeten voldoende ruimte bieden, tenminste 900 mm tussen de leuningen;
er dient een reservering te zijn voor verticaal personentransport, wanneer één of meer primaire ruimten op de verdieping liggen;
verblijfsruimten zijn toegankelijk, bruikbaar en dienen rechtstreeks, met uitzondering van de keuken, vanaf de voordeur of via verkeersruimten ontsloten te worden;
voldoende ruimte voor woon- slaap- en kookfunctie;
voldoende gebruiks- en plaatsingsruimte voor (medische- of hulp-) apparatuur;
bewoners, al dan niet met beperking, kunnen badkamer en toiletruimte bereiken en gebruiken;
de (elektrische) installaties, ventilatie- verwarmingsvoorzieningen in de woning zijn toegankelijk en dragen bij aan de veiligheid en comfort van de bewoners;
bewoners worden tijdig gealarmeerd als er rook ontstaat;
een alarmeringssysteem valt later eenvoudig aan te brengen;
9. Voor een toelichting op de basiseisen genoemd in lid 8, onder b, wordt verwezen naar Bijlage III.
Hoofdstuk 3
Artikel 5
Maatregelen
Onderdeel van Verordening Stimuleringslening Duurzame Particuliere Woningverbetering 2014