Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Rangordebepaling en toewijzing (art. 15, 16, 17, 18, 19)

Onderdeel van Nadere regels woonruimteverdeling op de registratie, rangordebepaling en woningtoewijzing

Bij de toewijzing van woonruimte die door de verhuurders wordt aangeboden, geldt de rangordebepaling zoals in artikel 15 van de Verordening. Een verhuurder mag t.a.v. een specifiek woningzoekende gemotiveerd van de rangorde afwijken, indien: er een gerechtelijk bevel is tot ontruiming in verband met overlast in de laatst bewoonde woning; er een gerechtelijk bevel is tot ontruiming in verband met huurachterstand, die nog niet is betaald; er door de vorige verhuurder geen verklaring van geen verklaring van geen huurachterstand wordt verstrekt; de woningcorporatie van mening is dat plaatsing van de kandidaat in de betreffende woning leidt tot problemen in de wijk, gelet op de sociale opbouw van de wijk of reeds ontstane probleemsituaties; er bij de woningtoewijzing sprake is van frauduleus handelen of opgave van onjuiste informatie door de woningzoekende; de woningzoekende zich op een onacceptabele wijze agressief heeft gedragen tegen een uitvoerder van de verordening. Indien een eerdere huurovereenkomst met de kandidaat-huurder is of dreigt te worden ontbonden, omdat deze zich niet als een goed huurder gedragen heeft, kunnen de verhuurders aanvullende voorwaarden stellen alvorens tot verhuring over te gaan.

Rechtspraak bij dit artikel