**1..** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
vergunning van de burgemeester.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester
de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare
inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan c.q.
indien het verzoek tot medewerking aan een afwijking of
wijziging van het bestemmingsplan onherroepelijk is
afgewezen.
**3..** De burgemeester weigert de aanvraag om vergunning in behandeling
te nemen indien de aanvrager geen Verklaring Omtrent het Gedrag
met betrekking tot de leidinggevende(n) overlegt bij de
vergunningaanvraag, die is afgegeven maximaal drie maanden voor
de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend.
**4..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn
oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op
ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
**5..** Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde
weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is
gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting
en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van
de openbare inrichting.
**6..** De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder
de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
integriteits beoordelingen door het openbaar bestuur (Wet
BIBOB).
**7..** a. De burgemeester weigert de vergunning voor een horecabedrijf
als bedoeld in het eerste lid, waar bedrijfsmatig alcoholvrije
dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt indien niet
wordt voldaan aan de volgende eisen:
leidinggevenden als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de
Drank- en Horecawet dienen te voldoen aan de eisen die
bij of krachtens artikel 8, lid 1 en 2 van de Drank- en
Horecawet zijn gesteld;
de openbare inrichting dient te voldoen aan de eisen die
bij of krachtens artikel 10 van de Drank- en Horecawet
zijn gesteld.
b. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
inrichtingseisen bedoeld onder a, sub 2.
**8..** Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting die zich
bevindt in:
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
openbare inrichting als dienstverlening kan worden
gezien voor het winkelend publiek;
een zorginstelling;
een museum;
een school;
een bedrijfskantine of -restaurant.
**9..** Indien de vergunningsaanvraag mede betrekking heeft op één of
meer bij de openbare inrichting horende terrassen op de weg,
beslist de burgemeester over de ingebruikneming van die weg ten
behoeve van het terras.
**10..** Onverminderd het gestelde in het zevende en achtste lid,
kan de burgemeester de ingebruikneming van die weg ten
behoeve van een of meer bij een openbare inrichting
behorende terrassen weigeren:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg
dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
**11..** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
**12..** De vergunning is persoonsgebonden.
**13..** Het bepaalde in het achtste en negende lid geldt niet voorzover
in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
beheer rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal Wegenreglement
Fryslân.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 6
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Tytsjerksteradiel 2014