Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 7

Artikel 12

Criteria voor dakopbouwen

Onderdeel van Welstandsnota Wageningen 2010

1.. De sneltoetscriteria in dit artikel zijn enkel van toepassing op dakopbouwen op woningen. 2.. De dakopbouw bestaat uit één verdieping. 3.. De dakopbouw bevindt zich op het hoofdgebouw. 4.. De dakopbouw bevindt zich op een bouwwerk van minimaal twee bouwlagen. 5.. De dakopbouw heeft geen dakkapel en / of dakopbouw. 6.. Een dakopbouw is alleen toegestaan indien in de bestaande ruimte een maximale vrije stahoogte is van 2,2 meter. 7.. De dakopbouw is gesitueerd op het achterdakvlak door middel van het verlengen van het voordakvlak. 8.. De afstand van de dakgoot van het hoofdgebouw tot de dakopbouw bedraagt minimaal 1 meter, gemeten langs het dakvlak, 9.. De dakopbouw is geplaatst op een dak met een hellingshoek tussen 25° en 35°. 10.. De dakopbouw is gecentreerd in de gevel. 11.. De koztjnhoogte is maximaal 1,5 meter. 12.. De breedte van de dakopbouw is maximaal 2/3 van de breedte van het dakvlak. 13.. De afstand tussen de dakopbouw en het eind van het dakvlak bedraagt minimaal 1 meter. 14.. Indien er gemetselde schoorstenen aanwezig zijn op de bouwmuren wordt in afwijking van het voorgaande een dakopbouw strak tussen de schoorstenen toegestaan. 15.. De dakopbouw heeft ondoorzichtige zijwanden, 16.. De detaillering is afgestemd op het hoofdgebouw. 17.. De gevelcompositie past bij de architectuur van het hoofdgebouw. 18.. De dakopbouw heeft, met uitzondering van de zijwanden, geen grote gesloten delen en geen borstwering. 19.. De hellingshoek van het dak van de dakopbouw is gelijk aan de hellingshoek van het bestaande dak, 20.. Materialen en kleuren zijn afgestemd op het hoofdgebouw.

Rechtspraak bij dit artikel