Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › § 3.

Artikel 9

Aanvraag vergoeding

Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten voorschoolse voorzieningen

1.. Een aanvraag voor vergoeding van peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen kan door de houder worden ingediend. 2.. Een aanvraag voor een VVE-bijdrage kan door de houder worden ingediend in combinatie met de aanvraag genoemd in artikel 9.1. 3.. De aanvraag bevat de naam en het adres van de houder, de locatie waar de opvang plaatsvindt, de wijze waarop de opvang is vermeld in het LRKP met het bijbehorende registratienummer en daarnaast het bankrekeningnummer van de organisatie. 4.. Bij de aanvraag voor vergoeding wordt een begroting gevoegd waaruit blijkt: de periode waarvoor vergoeding wordt aangevraagd; het bedrag van de aanvraag, totaal en verdeeld over het aantal peuterplaatsen en de soort opvang (peuter- of VVE) waarvoor vergoeding wordt gevraagd, met in de toelichting de opbouw en motivering van de aantallen en bedragen; het aantal peuterplaatsen dat wordt bezet door peuters van ouders met een fiscale regeling; de openstelling, aantal groepen en bezetting voor elke locatie. 5.. De houder beschikt over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij onder meer om: een door de ouder(s) ondertekende aanvraag met daarin de naam en adres en bsn-nummer van de ouder(s); indien van toepassing: de naam en het bsn-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder, het adres van de partner. De aanvraag is dan ook mede ondertekend door de partner; naam en bsn-nummer en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; inkomensgegevens van de ouder(s) en, indien van toepassing IB60-verklaring of een kopie van de definitieve aangifte van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar. de wijze waarop de ouderbijdragentabel is toegepast; een plaatsingsovereenkomst van de voorschoolse voorziening die de opvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: de naam en het adres van de instelling, de soort opvang, het aantal uren opvang per kind, de kostprijs per uur, de aanvangsdatum en (verwachte) einddatum van de opvang; indien het gaat om een VVE-peuterplaats, een bewijs van indicatiestelling voor VVE van het Consultatiebureau JGZ (Jeugdgezondheidszorg) van de GGD Hollands Noorden met daarin een opgave van de geldigheidsduur. 6.. In aanvulling op lid 3 en 4 kan het college overige gegevens opvragen die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag. 7.. Het college kan bepalen dat aanvraag voor vergoeding geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

Rechtspraak bij dit artikel