Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4:12

Kapverbod Waardevolle houtopstanden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2015

1.. Het is verboden Waardevolle houtopstanden te vellen, te doen vellen of te laten vellen. 2.. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand met achterstallig onderhoud; dunning van houtopstand. 4.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand als bedoeld in artikel 15 tweede en derde lid Boswet: wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: - ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; - ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 houtopstanden, gerekend over het totale aantal rijen. 5.. Het college kan indien houtopstand direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel