Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13.

Zittingsduur en einde lidmaatschap

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Heesch West

1.. Het algemeen bestuur kiest in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het dagelijks bestuur. De artikelen, 40, 41 en 45 tot en met 47 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 2.. De leden van het dagelijks bestuur treden - onverminderd het bepaalde in artikel 20, vierde en vijfde lid, van deze regeling - af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur. 3.. Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 4.. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt, wijst het algemeen bestuur een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan zal het algemeen bestuur het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitstellen totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur weer is bezet. 5.. Degene die als lid van het dagelijks bestuur ontslag neemt of overeenkomstig het bepaalde in het derde lid bepaalde moet aftreden, blijft zijn functie waarnemen, totdat een opvolger de functie heeft aanvaard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel