**1..** Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 april een ontwerpbegroting van het samenwerkingsverband voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**2..** De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid van de Gemeentewet, geldend ten tijde van het aangaan van de gemeenschappelijke regeling, is van overeenkomstige toepassing.
**3..** De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending van de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
**4..** Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het jaar, voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor de begroting moet dienen.
**5..** Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**6..** Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde staten.
**7..** In de begroting wordt aangegeven het naar raming bepaalde batig of nadelig saldo. Het bepaalde in artikel 34 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing.
**8..** Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, zulks met inachtneming van het bepaalde in het negende lid.
**9..** Het bepaalde in het derde lid van dit artikel is niet van toepassing op begrotingswijzigingen die:
niet leiden tot overschrijding van het totaalbedrag van de lasten en/of baten van de begroting, en
niet leiden tot een daling van het geraamde batige saldo, dan wel een stijging van het nadelig saldo.