**1..** De leden van het algemeen bestuur hebben - onverminderd het bepaalde in artikel 22, vierde lid van deze regeling - zitting gedurende de zittingsduur van de raad.
**2..** De raad van elke deelnemende gemeente beslist in de eerste vergadering van zijn zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden van het algemeen bestuur.
**3..** Indien de raad van een deelnemende gemeente niet kan voldoen aan het bepaalde in het tweede lid, blijven de door hem aangewezen leden van het algemeen bestuur die hadden moeten aftreden als zodanig fungeren, totdat die raad nieuwe leden heeft aangewezen.
**4..** Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad die hem heeft aangewezen, dan wel ophoudt wethouder van de desbetreffende deelnemende gemeente te zijn.
**5..** Indien tussentijds een plaats van een door een raad aangewezen lid van het algemeen bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst de raad die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering, of zo dat niet mogelijk zou zijn ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan. Degene die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
**6..** Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mede aan de raad die hem heeft aangewezen. De raad doet mededeling van het ontslag aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in zodra onherroepelijk in de opvolging is voorzien. Tot het moment waarop in de opvolging is voorzien blijft het lid van het algemeen bestuur als zodanig functioneren, totdat de raad een nieuw lid heeft aangewezen.
**7..** Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur geeft de raad van de desbetreffende gemeente binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het algemeen bestuur.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9.
Zittingsduur en einde lidmaatschap
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Heesch West