Naar hoofdinhoud
Los van het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag, de rechthebbende die voorafgaand aan de peildatum gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is op een laag inkomen als bedoeld in artikel 35, lid 9 van de wet en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet. Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, of een studie volgt als bedoeld in de WSF 2000. De langdurigheidstoeslag bedraagt: a. voor alleenstaanden: 40% van de norm als bedoeld in artikel 21 onderdeel a. van de wet inclusief de volledige toeslag als bedoeld in artikel 25, lid 2 van de wet. b. voor alleenstaande ouders: 40% van de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel b. van de wet inclusief de volledige toeslag als bedoeld in artikel 25, lid 2 van de wet. c. voor gehuwden: 40% van de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c. van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel