Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 9.

Uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften Alphen aan den Rijn 2014

1.. De volgende bevoegdheden op grond van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: het verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde, (artikel 2:1, tweede lid, Awb); het stellen van een termijn aan de indiener van de bezwaren (artikel 6:6 Awb); het verzenden van stukken tijdens de behandeling van de bezwaren door de commissie (artikel 6:17 Awb); het ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel het toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid Awb); het al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid Awb). 2.. De voorzitter kan de bevoegdheden van lid 1 van dit artikel mandateren aan de secretaris van de commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel