Het college weigert de tegemoetkoming indien er sprake is van een toereikende voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend een voorziening op grond van:
a. de wet kinderopvang;
b. de Algemene wet bijzondere ziektekosten;
c. jeugdzorg;
d. een persoongebonden budget;
e. een medisch kinderdagverblijf;
f. een bijdrage van de werkgever;
g. een peuterspeelzaal, indien de voorziening gericht op arbeidsinschakeling gecombineerd kan worden met en overeenkomt met de peuterspeelzaaluren.