Naar hoofdinhoud
Het college verleent aan de directeur mandaat voor de bevoegdheden genoemd in de bijlage. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheden die in de bijlage uitdrukkelijk zijn uitgezonderd. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot besluiten tot de intrekking van een vergunning overeenkomstig artikel 5.19 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, in ondermandaat opdragen aan personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn, tenzij dat ten aanzien van een concreet mandaat in de bijlage uitdrukkelijk is uitgesloten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel