De belasting wordt geheven volgens de in de bij deze verordening
behorende tarieventabel.
Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een
in de tarieventabel genoemde eenheid van tijd, hoeveelheid of
afmeting als een volle eenheid gerekend, tenzij anders is
aangegeven.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt wordt
de belasting, waarvoor in de tarieventabel uitsluitend
jaartarieven zijn opgenomen, geheven over zoveel twaalfde
gedeelten als na de aanvang van de belastingplicht nog volle
kalendermaanden in dat jaar overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt wordt,
ten aanzien van de belasting waarvoor in de tarieventabel
uitsluitend jaartarieven zijn opgenomen, ontheffing verleend
over zoveel twaalfde gedeelten als na de beëindiging van de
belastingplicht nog volle kalendermaanden in dat jaar
overblijven.
Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing op nummer 9
van de tarieventabel.
Voor de berekening van de belasting worden geen andere eenheden
van tijd gehanteerd dan die welke in de tarieventabel zijn
vermeld. Ten aanzien van de nummers in de tabel achter welke
meer dan één eenheid is opgenomen wordt uitgegaan van voor de
belastingplichtige meest gunstige wijze van berekening van de
belasting.
Indien een oppervlaktetarief is vastgesteld wordt de belasting
berekend naar de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij
anders is bepaald.
Indien voor het hebben van voorwerpen een vergunning verleend
is, wordt voor de berekening van de belasting aangesloten bij de
maateenheid waarvoor de vergunning verleend is.
Indien niet of niet volledig gebruik gemaakt wordt van de
vergunning kan ontheffing verleend worden voor zoveel gedeelten
van de vergunde maateenheid waarvan geen gebruik gemaakt
is.
Artikel 4
Tarieven en berekening van de belasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2010