Geen belasting is verschuldigd voor:
Het hebben van voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de
gemeente krachtens recht van bezit of enig ander zakelijk recht
de genothebbende is, met uitzondering van die percelen welke aan
derden zijn verhuurd;
Kelderingangen, licht – en luchtopeningen ( koekoeken ) en
stoeptreden welke in, of op aan de gemeente om niet afgestane
grond aanwezig waren op het tijdstip van overdracht;
Brievenbussen, postzegelautomaten en telefooncellen;
Het hebben van voorwerpen die, noodzakelijk voor de uitoefening
van hun publieke taak, door of ten behoeve van het rijk, de
provincie, de gemeente, waterschappen of het zuiveringschap,
worden gebezigd;
Afvoerbuizen in de grond of aan gebouwen tot lozing van
faecaliën van huishoud – of van hemelwater;
Voorwerpen welke uitsluitend worden gebezigd voor liefdadige of
kerkelijke doeleinden of ten behoeve van politieke
partijen;
Buisleidingen voor installaties voor centrale verwarming;
Het hebben van voorwerpen indien de gemeente ter zake van het
gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond
waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een
privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
Het hebben van voorwerpen in het kader van een activiteit,
indien de activiteit wordt georganiseerd door een
vrijwilligersorganisatie en daarnaast geen winstoogmerk heeft
dan wel dat de opbrengst van die activiteit ten goede dient te
komen aan andere buurtactiviteiten of doelen ten algemene
nutte.
Artikel 8
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2010