Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 10

Benoeming wethouders

Onderdeel van Reglement van orde van het Raadsplein

De voorzitter van de raad stelt een ad hoc commissie “Benoembaarheid wethouders” in, dieonderzoek verricht naar de benoembaarheid van een of meerdere wethouders en de raad hierover schriftelijk adviseert. De ad hoc commissie bestaat uit drie leden van de raad, de griffier en de voorzitter van de raad. Bij tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie van waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe collegebenoeming wordt deze voorwaarde losgelaten. De kandidaat wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in hethiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maaktbovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan decommissie kenbaar. De commissie toetst de van de kandidaat wethouder ontvangen documenten en informatie aan dehand van in elk geval een zestal voorschriften: de verklaring van goed gedrag de artikelen 35, 36a, 10 en 41a Gemeentewet (benoembaarheidsvereisten) de artikelen 41b en 12 Gemeentewet (nevenfuncties) artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies) de artikelen 41c, 15 en 46 Gemeentewet (onverenigbare of verboden handelingen) de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente (gedragscode bestuurders). De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geenverslag wordt gelegd. De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedrageninformatie mondeling toe te lichten. Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk,beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragenwethouder(s). Indien de ad hoc commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies”.

Rechtspraak bij dit artikel