Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 21

Afbouwtoelage (onverminderd de betreffende artikel 2.3 van het sociaal statuut voor de gemeentelijke herindeling van Bennebroek en Bloemendaal).

Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Bloemendaal 2009

Lid 1 Aan de ambtenaar wiens bezoldiging een blijvende verlaging ondergaat van tenminste 3% van de som van het salaris en de toelage, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in de artikelen 19 en 20, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij de betreffende toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering daarvan, gedurende tenminste 2 jaren zonder een onderbreking van langer dan twee maanden heeft ontvangen. Lid 2 De hoogte van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde toelage is het bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie maanden of in de dertien weken voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de betrekking is ontstaan, gemiddeld per maand of per week toegekend aan de betreffende vergoeding of toelage, al naar gelang de bezoldiging van de ambtenaar per maand of per week wordt uitbetaald. Lid 3 De in het eerste lid van dit artikel bedoelde toelage wordt als volgt afgebouwd: Het eerste jaar ontvangt de ambtenaar 75% van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verlaging; Het tweede jaar ontvangt de ambtenaar 50% van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verlaging; Het derde jaar ontvangt de ambtenaar 25% van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verlaging; Het vierde en de daaropvolgende jaren ontvangt de ambtenaar geen vergoeding meer. Lid 4 De ambtenaar van 55 jaar of ouder wiens toelage buiten zijn toedoen beëindigt of vermindert ontvangt in afwijking van het eerste lid een blijvende toelage, mits hij de betreffende toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 10 jaar zonder een onderbreking van langer dan twee maanden heeft ontvangen. Lid 5 De aflopende toelage als bedoeld in lid 1 wordt omgezet in een blijvende toelage, zodra de ambtenaar 55 jaar wordt en mits hij de betreffende toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 10 jaar zonder een onderbreking van langer dan twee maanden heeft ontvangen. Lid 6 De periode doorgebracht vanwege arbeidsongeschiktheid, zwangerschap-, bevalling- of ouderschapsverlof wordt niet aangemerkt als onderbreking in de zin van de vorige leden.

Rechtspraak bij dit artikel